Innovatie en ontwikkeling in de bouwkolom


Innovatie en ontwikkeling in de bouwkolom

De bouwkolom een traditionele bedrijfstak? Voor sommigen gaan de ontwikkelingen te traag, voor velen te snel. Deze weblog geeft onze visie op thema's op het snijvlak van ondernemerschap, innovatie en ontwikkeling en de wensen van klanten en samenleving. Het gaat om marktpositionering, vernieuwend inkopen en aanbesteden, Lean bouwen en installeren, BIM, duurzaamheid en sociale innovatie.

15 april 2009

Dwingen is noodzaak

De bouwproductie staat “on hold”. We hebben wel behoefte aan woningen, maar de afzet stagneert. We stellen uit tot morgen, in de hoop op meer zekerheid; de psychologie van vertrouwen in de economie doet haar werk.
Toch willen ondernemers niet stilzitten, maar waar liggen kansen? In de groene hausse debiteren sommigen dat we nu moeten investeren in duurzaamheid. De optimisten vinden zelfs dat de conjunctuur geen invloed heeft op de vraag naar duurzame producten. Dat dit wat al te rooskleurig is voorgesteld blijkt uit de moeilijkheden die Econcern ondervindt om haar projecten gefancierd te krijgen.
Desondanks zullen investeringen in duurzaamheid, met name in energiebesparing en duurzame energie, van eminent belang zijn als aanjagers van de economie. In de bestaande bouw moeten we 2,4 miljoen woningen aanpakken. In februari vond de aftrap plaats van Meer met Minder Energie; het grootste energiebesparingprogramma sinds het Nationaal Isolatieplan. Ter stimulering vulden verschillende partijen het energiebesparingsvarken met miljoenen; een bescheiden begin ten opzichte van de forse bedragen die nodig zijn.


Drie weken eerder gaf de werkgroep Innovatie van het Platform Energietransitie Gebouwde Omgeving haar ambities prijs. Kort gezegd komen het er op neer dat de gebouwde omgeving energieneutraal moet worden. Daartoe wordt geëxperimenteerd met technologie die nog geen gemeengoed is. De eerste 15 projecten zijn gestart (zie
www.naarenergieneutraal.nl).
Bij Meer met Minder Energie en bij PeGO-Innovatie bleken de direct betrokkenen zowel overtuigd van de noodzaak om fossiel brandstofverbruik vergaand te reduceren, als van de enorme technologische mogelijkheden die dit mogelijk maken. Technologie is echter niet de bottle neck. Uit een peiling bleek dat driekwart van de aanwezigen van mening was dat het ingezette beleid niet voldoende is om de ambitieuze doelstellingen te realiseren. Persoonlijk deel ik die mening. Het elan van de voortrekkers en de markt kunnen veel tot stand brengen. Maar het Haagse taboe op het M-woord (“moeten”) zullen we echter moeten doorbreken; als de overheid niet bereid is om dwingende regels te stellen, verwacht ik niet dat we de grote meerderheid over de streep zullen krijgen.


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw

14 april 2009

De bouw kan niet zonder architecten

door dr.ir. Frens Pries

Begin april nam ik deel aan een congres over “de Toekomst van de architect”. Deze beroepsgroep lijdt onder de huidige economisch stroeve tijden. Op het congres heerste een depressieve sfeer, alsof de architect op sterven na dood is, alsof de crisis niet tijdelijk is. Iedereen kreeg er van langs, van opdrachtgever tot Europese mededinging, behalve ….. de architecten zelf. De cataloguswoning moest het ontgelden; er werd opgeroepen tot een boycot van D&C. Architecten voelen zich onbegrepen door de boze buitenwereld, ze mogen nog slechts geveltjes “opleuken”. Men verlangt terug naar het jaartal 1900. Kijken architecten alleen achteruit, zijn ze niet ondernemend, worden ze niet gewaardeerd?


De Hogeschool Utrecht heeft net een enquête onder 240 mensen uit de bouw gehouden. Opvallend is dat andere partijen architecten als essentieel ervaren. Verder bleken architecten zelf het minst veranderbereid en kennen ze andere bouwpartijen het slechtst. Architecten zijn vooral veel met zichzelf bezig. De grootste vijand van de architect lijkt de architect zelf, hoewel hij een essentiële functie in huis heeft. Een goed ontworpen gebouw heeft immers gewoon meerwaarde. Ik heb laatst een serie basisscholen bezocht en het verschil tussen een massaproduct (hoe degelijk ook) en een zorgvuldig ontworpen school spettert je gewoon tegemoet. De meerwaarde van architectuur kan verteld worden in termen van levensduur, flexibiliteit, productiviteit en trots en mensen begrijpen dat.

Verandering is van alle tijden en biedt de ware ondernemer kansen. Bouwen is steeds complexer geworden; er is behoefte aan regisseurs! Kan een architect zoals vroeger de regisseur zijn van het bouwproces, de teambouwer? Natuurlijk kan dat. Maar elk bedrijf dat meer wil, moet ook meer kunnen. Je hoeft niet alle functies zelf in huis te hebben, maar je zult wel moeten investeren in de regiefunctie. Bouwmanagement mag geen vies woord zijn; en als je dat niet zelf wil doen zijn er allerlei strategische samenwerkingen mogelijk. Stel je eens voor hoe machtig een bouwmanager kan zijn die ook nog kan ontwerpen (of andersom natuurlijk)!

Er zijn uiteraard architecten die zo werken. Er zijn zelfs architecten die turn-key sporthallen bouwen of die strategisch met bouwers samenwerken. Er zijn ook voor kleinere bureaus rondom particulier opdrachtgeverschap veel mogelijkheden. In Nederland staan 1,5 miljoen woningen van gewone Nederlanders die ingrijpend moeten worden gerenoveerd, energetisch en functioneel. Wat een prachtige rol voor architecten! Elke verandering biedt kansen, kom op!

De BNA was de afgelopen 20 jaar weinig zichtbaar. Maar dat is aan het veranderen. Ze is verhuisd van een deftig grachtenpand, naar een transparant kantoorgebouw, ze doet weer mee aan discussies. Ze wordt weer een beetje van de bouw. Ik hoop dat dat typerend is, want laten we eerlijk zijn: de bouw kan niet zonder architecten!

1 februari 2009

Haal het beste uit de bouw! Kies bewust uw aanbestedingsvorm

Opdrachtgevers die gedachteloze traditioneel aanbesteden nodigen de sector niet uit om het onderste uit de kan te halen. Een ontwerper bedenkt dan namelijk hoe het bouwwerk gemaakt moet worden, zonder dat hij weet wie de uitvoerende partijen zijn en wat zij in huis hebben. De makers produceren kritiekloos wat voor hen bedacht is. Bovendien belanden zij dan in een gedwongen huwelijk met andere contractpartners, waarbij het niet de vraag is of zij bij elkaar passen, maar wie het voor de laagste prijs willen doen. Natuurlijk komt het bouwwerk er uiteindelijk wel, maar hoe staat het met de kwaliteit, het meerwerk, de faalkosten en de onderlinge conflicten en het gedoe?
Recent heeft de Commissie Scheltema, in samenwerking met de Regieraad Bouw, PSIBouw en CROW, de leidraad aanbesteden gepresenteerd (www.leidraadaanbesteden.nl). Deze moet opdrachtgevers verleiden bewust na te denken over de manier waarop zij hun bouwopgave aanbesteden. Vaak is het namelijk verstandig als zij zich beperken tot het omschrijven van de verwachte prestaties en aan de markt over laten hoe deze het beste gerealiseerd kunnen worden.
Bij geïntegreerde contracten heeft de opdrachtgever te maken met één verantwoordelijke partij voor ontwerp en uitvoering. Deze heeft alle ruimte om slimme, innovatieve oplossingen toe te passen. Deze kan co-makers selecteren die hij kent, vertrouwt en die elkaar begrijpen. Dat is de eerste winst. In het ideale geval kiest de opdrachtnemer voor het aangaan van duurzame relaties met zijn co-makers. Hierdoor ontstaat repetitie in de samenwerking; een noodzakelijke voorwaarde om samen te kunnen leren en verbeteren.
Voor de keuze van de best passende aanbestedingsvorm zijn de opdrachtgevers aan zet. Valt de keuze op geïntegreerde contracten, dan zijn bouwers, installateurs, architecten, adviseurs en leveranciers uitgedaagd om hun innovatiekracht te tonen. We mogen hopen dat zij niet blijven hangen in het paradigma van knijpen en geknepen worden. We mogen hopen dat zij de geboden ruimte benutten, duurzame samenwerkingsrelaties met elkaar aangaan, werken aan optimalisatie in de bouwprocesketen, samen leren en co-innoveren. Dan ontstaat er pas echt concurrentiekracht én toegevoegde waarde voor de klant.


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw

1 januari 2009

Maatschappelijk ondernemen

In de donkere maanden bezinnen we ons op de vraag wie we zijn en wat we doen. Tweeduizendacht heeft veel denkbeelden op zijn kop gezet. Wie had kunnen vermoeden dat het welvarende en als deugdelijk bekend staande bankwezen zo aan het wankelen zou worden gebracht. Wie had kunnen bedenken dat het tempo van de woningbouwproductie niet zou stijgen, maar zou halveren. Welke personeelswerker kon vermoeden dat hij eind van het jaar niet wakker zou worden met de vraag hoe hij aan voldoende gekwalificeerd personeel zou kunnen komen, maar hoe hij ontslagrondes zou kunnen beperken.

Wat 2008 duidelijk heeft gemaakt is dat er in diverse bedrijfstakken ongezonde fenomenen zijn ontstaan die niet houdbaar zijn. De recente geschiedenis leert dat het meer dan ooit gewenst is dat we houdbaar, duurzaam ondernemerschap tot stand brengen. Maar wat is dat dan?
Ondernemerschap is duurzaam als mensen met plezier en veilig hun werk kunnen doen, als ze zich kunnen ontplooien. Het bedrijf zorgt er voor dat de omgeving geen overlast heeft van de bedrijfsactiviteiten. Natuur en milieu worden niet te veel belast. En tot slot stelt een gezonde winst het bedrijf in staat om voortdurend in te spelen op de wensen van klanten en om te innoveren. Deze drie-eenheid –People, Planet en Profit­– is een handzaam concept om de balans te vinden.

In de bouwsector zien we dat grote bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Zo heeft BAM zich verplicht om de tien meest duurzame kantoorgebouwen neer te zetten. Unica wil de duurzaamste installateur zijn en Flevoland de meest duurzame provincie. Bij de grote organisaties is goed zichtbaar dat zij hun maatschappelijke rol pakken. Maar ook het MKB blaast haar partij mee. Een bedrijf als Tersteege Bouw investeert bijvoorbeeld in het beste leerbedrijf voor jonge mensen. De sector zou zichzelf een dienst bewijzen als deze goede voorbeelden van maatschappelijk ondernemerschap navolging krijgen van zowel het grootbedrijf als van het MKB. Het zou tonen dat de bedrijven niet alleen “plat” veel geld willen verdienen, maar deel uitmaken van de samenleving.


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw

1 december 2008

Bouwtoelevering bij kennisontwikkeling buiten spel?

De bouwsector is opgegroeid met innovatieprogramma’s van zeer uiteenlopende aard. Denk aan de IOP’s in de jaren ’90 van de vorige eeuw, de Voorbeeldprojecten Duurzame en Energiezuinige woningbouw en het recentere programma Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen. De afgelopen jaren is de sector –onder aanvoering van PSIBouw en Regieraad Bouw– druk in de weer geweest met proces- en systeeminnovatie. De les uit al deze programma’s is dat het wel goed zit met kennisontwikkeling; wie wil er niet aan de slag met vernieuwend onderzoek en tijdens congressen pronken met indrukwekkende resultaten? Het gaat echter mis in de kennisdoorwerking. Wie is er bereid om monnikenwerk te verrichten om nieuw verworven kennis breed en duurzaam toegepast te krijgen als het infuus van subsidies verwijderd is. Het is immers veel spannender om nieuw onderzoek op te tuigen!
In het belang van zowel de samenleving als van de sector moet dit ritme van onderzoek-volgt-op-onderzoek omgebogen worden in de leercyclus onderzoek-leidt-tot-toepassing.
Lenny Vulperhorst doet in zijn rapport “Kennis werkt door” een pleidooi voor het veranderen van ondernemingen in lerende organisaties. Bedrijven moeten volgens Lenny meer gaan investeren in de opleiding van hun medewerkers en van hun kerncompetenties een toegevoegde waarde maken voor opdrachtgevers en gebruikers. De opgave is niet nieuwe kennis maar kennisexploitatie. Uit het hart gegrepen!
Als uitvloeisel van “Kennis werkt door” is de Task Force Kennis 2015 ingesteld, die een coördinerende en stimulerende rol moet krijgen ten aanzien van een bouwbrede strategische kennisagenda voor competentieontwikkeling. Als je het pleidooi zou volgen dat de vernieuwing juist moet komen van jonge professionals, zou deze task force moeten zijn samengesteld uit een nieuwe generatie jonge ondernemers, een ”gideonsbende” die zich niet laat vangen in oude tradities en gevestigde conventies.
Er valt nog iets op. Volgens “Kennis werkt door” komt de vernieuwing juist van de toeleveranciers. Waar bouwbedrijven minder dan 1% besteden aan R&D, is dat bij toeleveranciers 3 tot 5%. De ervaring met vernieuwing zit dus vooral bij toeleveranciers. Hoe bestaat het dan dat zij zich buiten spel (laten) zetten als het gaat om het bepalen van de kennisagenda voor de bouwsector?


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw

1 november 2008

Geen duurzaamheid zonder markt

Gemeenten en provincies wedijveren om als meest duurzaam te boek te staan. De convenanten vliegen je om de oren. Duurzame ontwikkeling en energiebesparing zijn “booming” als gevolg van de ongemakkelijke, maar inspirerende waarheid van Al Gore.
Het leidt geen twijfel dat het bitter noodzakelijk is om minder kwistig met onze grondstoffen om te gaan. De cruciale vraag of duurzame ontwikkeling door zal stoten ligt bij de markt; waarderen klanten dit en zijn zij bereid om de prijs te betalen. Ideologie is voor innovatoren misschien een drijfveer, maar om op te schalen is het noodzakelijk dat ondernemers business opportunities (h)erkennen.
BouwLokalen heeft de sector net bijgepraat over klimaatneutraal bouwen. De belangstelling was overweldigend! Op de vraag welke klimaatdoelstellingen de ondernemers zichzelf hadden gesteld volgden onbegrijpende blikken; geen! Waarom is de opkomst dan zo massaal? Het antwoord laat zich raden. Het is de ondernemers opgevallen dat de wethouder wil scoren met duurzaamheid en daar ligt markt.

Een doorbraak is echter geenszins vanzelfsprekend. Dat blijkt uit het onderzoek “Draaien aan knoppen” van Nyenrode Business Universiteit. De meeste ondernemers gaan pas overstag als nieuwe business opportunities voor hen inzichtelijk zijn én aanlokkelijker dan de bestaande. Daar wringt de schoen. In de BouwLokalen vroegen ondernemers zich af of hun klanten enthousiast zouden worden van zoveel ambitie. De calculerende ondernemer wil weten of het rendeert om veel moeite te doen om zijn klant een duurzame aanbieding te verkopen. Op dit moment zal hij (helaas) vaak negatief concluderen.

Dat er wel degelijk kansen liggen blijkt uit het geslaagde voorbeeld van PCS-hybride. Dit is een energiezuinig woningconcept van Dura Vermeer, Giesbers en Van der Graaf en Itho. Zij hebben de woning niet alleen technisch vernuftig geoptimaliseerd, maar zij werken ook duurzaam samen, hebben goed doordacht hoe zij dit concept kunnen vermarkten en bieden een financieringsarrangement aan om de drempel voor de klant te slechten.
Om het spel van vraag en aanbod in het voordeel van duurzaamheid te beslissen moeten co-makers in de bouw meer van dit soort slimme oplossingen in de markt zetten. Om doorbraken in de volle breedte van de markt te bereiken is daarnaast een stevige rol van de overheid op het gebied van marktcreatie onontbeerlijk.


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw

15 september 2008

En nu doorpakken! Over integriteit en gedrag.

Het verschijnen van het boek “En nu doorpakken! Gedragsverandering in de Nederlandse bouwsector” is goed getimed. De bouw heeft de afgelopen jaren als gevolg van de bouwaffaire namelijk veranderingen doorgemaakt op het gebied van integer handelen, maar van een cultuuromslag is geen sprake. Dat blijkt uit het onderzoek van TNS Nipo. De sector juicht de veranderingen toe, maar heeft weinig begrip voor de regelzucht die daarmee gepaard gaat. Bovendien hebben de meeste ondernemers –met name in het MKB– maar beperkt concrete veranderingen doorgevoerd in het eigen bedrijf. Al met al is het herstel van vertrouwen nog broos.

De manier waarop mensen zich gedragen vindt zijn oorzaak in gegroeide gewoonten, krachten in de omgeving en in persoonlijke opvattingen. Om gedrag te veranderen moeten deze oorzaken worden aangepakt; een moeizaam proces. Dit boek geeft receptuur om fundamentele veranderingen tot stand te brengen op het gebied van integriteit, corporate governance en maatschappelijk ondernemen. Integriteit is op te vatten als “professioneel verantwoordelijk werken”; de goede dingen goed doen, beroepstrots. Bij corporate governance gaat het om behoorlijk ondernemingsbestuur en maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft te maken met de wensen vanuit de samenleving ten aanzien van de activiteiten van bedrijven.


De kern van de receptuur voor gedragsverandering bestaat uit twee complementaire strategieën: stimuleren waar mogelijk, naleven waar nodig, ofwel de bekende wortel en de stok. De stimuleringsstrategie doet een beroep op beroepstrots en eigen verantwoordelijkheidsgevoel: stel uitgangspunten en kernwaarden vast, communiceer deze, stel betrokkenen in staat om een zorgvuldige afweging te maken en waarborg openheid en het afleggen van verantwoordelijkheid. Bij de nalevingsstrategie wordt het naleven van regels afgedwongen: stel eenduidige gedragsregels vast, organiseer toezicht om na te gaan of betrokken zich houden aan deze regels en verbind consequenties aan gedrag (sancties en beloningen). Het boek geeft een groot aantal instrumenten om deze twee strategieën in praktijk te brengen.

“En nu doorpakken!” geeft een tamelijk compleet beeld van de manier waarop gedragsverandering duurzaam tot stand kan worden gebracht. Het is een lezenswaardig naslagwerk voor een overwegend technisch opgeleide sector. Het is wel even doorbijten; in een streven om compleet te zijn en verbanden te leggen, bewandelen de auteurs veel zijpaden. Dat zal met name de mensen in het MKB afschrikken. Dat is jammer, want volgens TNS Nipo moet daar nog het meeste gebeuren.


drs.ing Jan Straatman, directeur Balance & Result Organisatie Adviseurs voor de bouw